06 304 106 15 info@lodewijk.frl
Noord-Holland & Friesland
Merkpagina · All-electric warmtepompen

NIBE all-electric warmtepompen

NIBE is een Zweeds merk dat al veertig jaar niets anders doet dan warmtepompen. De S2125 is hun lucht-water monoblock op propaan (R290): 8 tot 20 kW, een SCOP van 5,0 bij 35 °C, aanvoer tot 75 °C en een silent mode. Je combineert hem met een binnenunit of regelunit, en voor grote panden kun je meerdere toestellen in cascade zetten.

Over de fabrikant

NIBE komt uit Mårkaryd in Zweden en is groot geworden in een land waar een warmtepomp geen luxe is maar de normale manier om een huis te verwarmen. Dat verklaart de opzet van hun toestellen: gebouwd voor lange, koude winters en met veel aandacht voor de regeling.

Wat NIBE onderscheidt is dat ze een systeem leveren, niet alleen een toestel. Rond de S2125 zit een familie van binnenunits, regelunits en boilervaten die op elkaar zijn afgestemd, plus myUplink voor bediening en monitoring op afstand. Voor ons betekent dat een installatie die je netjes kunt opbouwen; voor jou dat je kunt zien wat je systeem doet in plaats van te moeten vertrouwen dat het goed gaat.

Het tweede sterke punt is cascade: meerdere buitenunits die samenwerken als één systeem. Bij een groot pand, een boerderij of een klein appartementengebouw is dat vaak de nettere oplossing dan één heel zwaar toestel, omdat het systeem dan ook bij lage warmtevraag laag kan moduleren.

Hoe een NIBE-systeem in elkaar zit

buitendeel + binnendeel

Net als bij een aantal andere merken kies je twee dingen: het buitendeel dat de warmte maakt en een binnendeel dat regelt en verdeelt. Bij NIBE is dat verschil groter dan gemiddeld, omdat er meerdere soorten binnendelen zijn.

Buitendeel S2125 op propaan het complete koelcircuit zit hermetisch gesloten in de buitenunit, voorgevuld met R290. Naar binnen gaat alleen cv-water, dus geen koeltechnisch werk op locatie.

Binnenunit met boiler, of losse regelunit kies je een binnenunit met geïntegreerd boilervat, dan zit alles in één kast: regeling, pomp, expansievat en het warme water. Kies je een regelunit, dan koppel je die aan een los boilervat en heb je meer vrijheid in de opstelling.

Aanvoer tot 75 °C ook bij lage buitentemperatuur, waardoor de S2125 ook in een woning met bestaande radiatoren kan. Zoals altijd: hoe lager je aanvoertemperatuur kan, hoe hoger het rendement.

SCOP 5,0 bij 35 °C bij een lagetemperatuursysteem levert hij dus gemiddeld vijf keer zoveel warmte als hij aan stroom gebruikt, gemeten over een heel stookseizoen.

Cascade voor grote panden meerdere buitenunits als één systeem. Voordeel boven één zwaar toestel: het systeem kan ook bij lage warmtevraag laag moduleren, en bij onderhoud aan één unit blijft de rest doorwerken.

myUplink voor bediening en inzicht bediening en monitoring via app, met de mogelijkheid voor ons om op afstand mee te kijken bij een storing. Ook geschikt om te reageren op je zonnepanelen of een dynamisch tarief.

Propaan: de veiligheidszone gaat vóór alles. Omdat de S2125 op R290 werkt, geldt er rond de buitenunit een veiligheidszone volgens NPR 7910-1: geen gebouwopeningen zoals ramen, deuren, ventilatie- of kelderroosters en putjes, geen ontstekingsbronnen, niet over het perceel van de buren, en bij wandmontage ook de ruimte eronder tot op de grond. Wij bepalen bij de opname of die zone bij jou past, vóórdat we over vermogen praten.

De uitvoeringen op een rij

S2125 in vier maten

Het vermogen zit in het buitendeel; het binnendeel kies je op ruimte en op je warmwaterbehoefte. Wat past volgt uit de warmteverliesberekening.

UitvoeringVermogen en faseWaar het voor bedoeld is
S2125-88 kW · 230 V enkelfasegeïsoleerde tussen-, hoek- of twee-onder-één-kapwoning
S2125-1212 kW · 230 V enkelfaseruimere woning of renovatie met radiatoren
S2125-1616 kW · 400 V driefasegroot vrijstaand pand; drie fasen nodig
S2125-2020 kW · 400 V driefasezwaarste uitvoering: boerderij of klein bedrijfspand
Binnenunit of regelunitalle vermogensmet geïntegreerd boilervat, of los met een eigen vat

Bij all-electric mag de warmtepomp niet te klein: er is geen ketel meer die de koudste dag opvangt. Te groot is ook verkeerd, want dan gaat hij pendelen.

NIBE S2125-8

R290 · 8 kW enkelfase

De 8 kW is de instapmaat en past bij een woning die al goed presteert: een geïsoleerde tussen-, hoek- of twee-onder-één-kapwoning met vloerverwarming of lagetemperatuurradiatoren.

Let op dat 8 kW voor all-electric niet groot is maar ook niet klein: bij hybride zou je met 4 of 6 kW toe kunnen, hier moet de warmtepomp bij -10 °C alles zelf doen, inclusief het opwarmen van je boilervat.

Deze uitvoering is de stilste en lichtste van de vier, wat plaatsen bij een erfgrens eenvoudiger maakt. Bij een smalle tuin of een slaapkamerraam van de buren dichtbij is dat een reden om hier te blijven als de berekening het toelaat.

Vermogen8 kW
Fase230 V enkelfase
Uitvoeringmonoblock · R290
SCOP (35 °C)tot 5,0
Max. aanvoertemperatuur75 °C
Silent modeja
Verwarmen en koelenja, bij geschikte afgifte
Veiligheidszoneja, volgens NPR 7910-1
Combineert metbinnenunit of regelunit
Cascade mogelijkja
BedieningmyUplink app
F-gassenwerkniet nodig op locatie

NIBE S2125-12

R290 · 12 kW enkelfase

De 12 kW is de zwaarste enkelfase-uitvoering en in de praktijk vaak de maat die uitkomt bij een ruimere woning of bij een renovatie waar nog radiatoren hangen.

Het voordeel van deze stap is dat je nog op 230 V enkelfase blijft. Dat scheelt een traject bij de netbeheerder: bij de 16 en 20 kW moeten er drie fasen liggen, en zijn die er niet, dan is dat een aanvraag met wachttijd en kosten.

Bij dit vermogen kijken we extra naar het buffervolume en de doorstroming. Een 12 kW-toestel moet zijn warmte kwijt kunnen; bij zoneregeling of korte circuits hoort daar een buffervat bij, anders gaat hij pendelen en verlies je zowel rendement als levensduur.

Vermogen12 kW
Fase230 V enkelfase
Uitvoeringmonoblock · R290
SCOP (35 °C)tot 5,0
Max. aanvoertemperatuur75 °C
Silent modeja
Geschikt voorrenovatie met radiatoren
Veiligheidszoneja, volgens NPR 7910-1
Combineert metbinnenunit of regelunit
Buffervatvaak nodig bij zonering
BedieningmyUplink app
F-gassenwerkniet nodig op locatie

NIBE S2125-16

R290 · 16 kW driefase

De 16 kW is de eerste driefase-uitvoering: voor een groot vrijstaand pand, een woning met een fors warmteverlies of een gebouw met meerdere bouwdelen.

Driefase betekent 400 V, en dus moeten er drie fasen in je meterkast beschikbaar zijn. Zijn die er niet, dan is dat een aanvraag bij de netbeheerder met wachttijd en kosten. Dat controleren wij als eerste, want het bepaalt de planning van het hele project.

Bij zo’n pand liggen er vaak meerdere circuits met verschillende temperaturen: vloerverwarming beneden, radiatoren boven, misschien een bijgebouw. De NIBE-regeling kan dat aansturen, maar dan hoort er per circuit een berekening bij van debiet en buffervolume.

Vermogen16 kW
Fase400 V driefase
Uitvoeringmonoblock · R290
SCOP (35 °C)tot 5,0
Max. aanvoertemperatuur75 °C
Silent modeja
Meerdere circuitsmogelijk via de regeling
Veiligheidszoneja, volgens NPR 7910-1
Meterkastdrie fasen nodig
Netbeheerderaanvraag bij ontbreken driefase
Cascade mogelijkja
BedieningmyUplink app

NIBE S2125-20

R290 · 20 kW driefase

De 20 kW is het zwaarste toestel in deze serie. Dit is geen woninguitvoering in de gewone zin: denk aan een boerderij, een landhuis of een klein bedrijfspand of kantoor.

Bij dit vermogen verandert het gesprek. Dan gaat het over de elektrische aansluiting (is de hoofdzekering voldoende, is een verzwaring nodig), over de hydrauliek (welke circuits, welk buffervolume, hoeveel boilervolume) en over de vraag of cascade niet slimmer is dan één groot toestel.

Cascade is bij dit soort panden vaak de betere route: twee kleinere units kunnen samen hetzelfde vermogen leveren, maar ook ver terugregelen als de warmtevraag laag is. En als er één uit bedrijf is voor onderhoud, blijft de rest doorwerken. Bij één zwaar toestel zit je dan zonder verwarming.

Voor een project van deze omvang doen wij eerst een volledige warmteverliesberekening per vertrek en een hydraulisch ontwerp, vóórdat er een toestel wordt gekozen. Bij dit soort vermogens is een verkeerde keuze duur.

Vermogen20 kW
Fase400 V driefase
Uitvoeringmonoblock · R290
SCOP (35 °C)tot 5,0
Max. aanvoertemperatuur75 °C
Toepassingboerderij, landhuis, klein bedrijfspand
Alternatiefcascade met twee kleinere units
Veiligheidszoneja, volgens NPR 7910-1
Voorafwarmteverlies + hydraulisch ontwerp
Meterkastcapaciteit en fasen controleren
Cascade mogelijkja
BedieningmyUplink app

Binnenunit of regelunit?

de tweede keuze

Het buitendeel maakt de warmte, maar er moet binnen ook iets staan dat regelt, verdeelt en het warme water verzorgt. Bij NIBE heb je daarin twee routes.

Een binnenunit met geïntegreerd boilervat is de complete oplossing: regeling, pomp, expansievat en het boilervat zitten in één kast. Dat scheelt losse componenten aan de wand en dus koppelingen die kunnen gaan lekken, en het staat netjes. Nadeel: het is één forse kast, dus je hebt sta-oppervlak en hoogte nodig.

Een regelunit is een kleinere kast die alleen de regeling en de hydrauliek doet; het boilervat komt er los bij. Dat geeft vrijheid in de opstelling: de regelunit kan aan de wand in een technische ruimte en het vat ergens anders. Bij een krappe of ongunstige opstelling is dat vaak de enige werkbare route, en het is ook de weg als er al een geschikt boilervat staat.

Welke van de twee bij jou past, bepalen we bij de opname aan de hand van de ruimte, de bestaande leidingen en je warmwaterbehoefte. Voor het rendement maakt de keuze niets uit; voor het gemak van installeren en onderhouden wel.

Binnenunitboilervat geïntegreerd
Voordeelalles in één kast, minder koppelingen
Nadeelforse kast, sta-oppervlak nodig
Regelunitlos boilervat erbij
Voordeelvrijheid in de opstelling
Nadeelmeer losse componenten
Voor het rendementgeen verschil
Keuze bijde opname op locatie

Leidingwerk, vullen en afzekeren

installatiegegevens

De S2125 is een monoblock: er gaat cv-water naar buiten, geen koudemiddel. Geen koeltechnisch werk op locatie, dus ook geen koppelingen die over tien jaar kunnen gaan lekken.

Water in een buitenleiding kan bevriezen. In normaal bedrijf gebeurt dat niet, want er stroomt water en het toestel heeft vorstbeveiliging. Het risico zit in een langdurige stroomstoring bij strenge vorst. Daarom isoleren wij UV-bestendig - gewone isolatie verpulvert in een paar jaar in de zon - houden we de leidingweg zo kort en recht als kan, en nemen we vorstbeveiliging mee in het ontwerp, met waar nodig glycol in het buitencircuit.

Afzekeren: er komt een aparte groep met aardlekautomaat en een C-karakteristiek, omdat een compressor een aanloopstroom heeft. Bij all-electric komt daar het elektrische element bij, en dat maakt de groep zwaarder dan bij hybride. Bij een driefase-uitvoering moeten er drie fasen beschikbaar zijn; is de hoofdzekering te licht, dan volgt een verzwaring bij de netbeheerder met wachttijd en kosten. Dat controleren wij vóórdat we een voorstel doen.

De werkschakelaar plaatsen we tweepolig bij de unit, bij een propaantoestel buiten de veiligheidszone: een schakelaar is een mogelijke ontstekingsbron. Datzelfde geldt voor buitenverlichting of een stopcontact in de buurt.

Typemonoblock
In de buitenleidingcv-water
IsolatieUV-bestendig
Vorstbeveiligingin het ontwerp meegenomen
Glycolwaar nodig in buitencircuit
F-gassenwerkniet nodig op locatie
Groepapart · aardlek · C-karakteristiek
Werkschakelaartweepolig bij de unit
Vooraf te checkenfasen en hoofdzekering

Geluid en plaatsing

wat kan wel en wat niet

Bij de perceelgrens van de buren geldt maximaal 45 dB(A) tussen 07:00 en 19:00 en 40 dB(A) tussen 19:00 en 07:00. Bij all-electric weegt die nachtnorm zwaar, want het toestel draait ook in winternachten door, precies wanneer er geen omgevingsgeluid is om het te maskeren.

De S2125 heeft een silent mode die het geluidsniveau verlaagt. Wij zetten die aan waar dat helpt om de avond en nacht ruim binnen de eis te houden. De opgegeven waarden per uitvoering zetten wij bij het voorstel, met het datablad erbij; die verschillen per vermogen en per bouwjaar.

Wat je uiteindelijk meet, hangt vooral af van de plaatsing: hoogte, de richting waarin de ventilator blaast, de afstand tot de erfgrens, reflectie tegen gevels, schuttingen, overkappingen en hoeken, en trillingen via de beugels. Een unit in een hoek tussen twee muren klinkt harder dan dezelfde unit vrij opgesteld.

Bij de zwaardere uitvoeringen is er nog een reden om cascade te overwegen: twee kleinere units die beide op laag toerental draaien maken vaak minder geluid dan één groot toestel dat vol moet. Dat is niet altijd zo, maar het is de moeite om door te rekenen.

Wij houden rekening met een zo gunstig mogelijke plaatsing en met de specificaties van de fabrikant, maar kunnen geen garantie geven op het gemeten geluidsniveau bij de perceelgrens of op hoe anderen het geluid ervaren. Staat de unit dicht bij de erfgrens, dan blijft het aan jou om dat met de buren af te stemmen. De installatie voeren we uit conform de regelgeving die op dat moment geldt, waaronder het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Wat de installatie omvat

onze werkwijze

Een all-electric installatie is geen dagklus. Reken op meerdere dagen, en meer als er aan het afgiftesysteem of de meterkast gewerkt moet worden.

Ontwerp vóóraf warmteverliesberekening per vertrek, warmwaterbehoefte, debiet per circuit, buffervolume en een hydraulisch schema.

Ketel eruit afkoppelen en afvoeren. Wil je de gasaansluiting laten verwijderen, dan meld je dat aan bij de netbeheerder; wij maken de installatie daarvoor klaar.

Buitendeel plaatsen op een betonvoet of frame met dempers, op een plek die qua geluid, onderhoud en waar van toepassing veiligheidszone klopt.

Binnenunit en boilervat aansluiten op cv en tapwater, met expansievat, inlaatcombinatie en waar nodig een thermostatisch mengventiel.

Leidingwerk geïsoleerd, met vuil- en luchtafscheider en afsluiters per circuit.

Afgiftesysteem geschikt maken radiatoren vervangen of bijplaatsen waar de berekening dat vraagt. Zonder deze stap haal je de lage aanvoertemperatuur niet.

Elektra en meterkast aparte groep met aardlekautomaat en C-karakteristiek, werkschakelaar bij de unit, en vooraf de controle van fasen en hoofdzekering.

Inregelen en opleveren stooklijn per circuit, pompinstellingen, debieten, boilerprogramma en de instellingen voor zonnepanelen of een dynamisch tarief. Zie ook waterzijdig inregelen.

Zone bepalen vóór de plek bij de S2125 op propaan gaat de veiligheidszone voor alles. Wij bepalen bij de opname welke plek overblijft, en pas daarna hoe de leidingen lopen.

myUplink aanmelden het systeem online zetten zodat je het via de app kunt bedienen en volgen, en wij bij een storing op afstand kunnen meekijken.

Techniek en aandachtspunten

Een systeem, niet alleen een toestel

Dat NIBE binnenunits, regelunits en boilervaten als familie levert, is meer dan handig. Het betekent dat de regeling weet wat de andere componenten doen: hoeveel volume er in de buffer zit, hoe warm het boilervat is en of er nog vraag is. Dat is precies waar een samengeraapte installatie van losse merken op vastloopt, en het is de reden dat we bij een complexe woning graag met één familie werken.

Cascade: wanneer is dat verstandig?

Bij een warmtevraag boven ongeveer 16 kW is het de moeite om twee kleinere units te vergelijken met één grote. Voordelen van cascade: het systeem kan veel verder terugregelen bij lage warmtevraag, het maakt bij deellast minder geluid, en bij onderhoud of storing aan één unit blijft de rest doorwerken. Nadelen: twee buitenunits vragen twee keer plaatsingsruimte, twee keer een veiligheidszone en een hogere investering.

Inzicht is geen luxe

Met myUplink zie je wat je systeem doet: hoeveel het produceert, hoeveel stroom het gebruikt en of het elektrische element meedraait. Bij all-electric is dat waardevol, omdat een verkeerde instelling zich niet aankondigt met een storing maar met een hogere rekening. Wij lezen dat bij het eerste onderhoud uit en stellen bij waar nodig.

Gebouwd voor Zweedse winters

NIBE komt uit een land waar min vijftien niet uitzonderlijk is. Dat merk je aan de ontdooiing en aan het gedrag bij lage temperaturen: het toestel is erop ontworpen om dan door te werken in plaats van het elektrische element in te schakelen. In een Nederlands klimaat betekent dat een ruime marge.

Het elektrische element is een noodrem

Er is geen ketel meer, dus voor de koudste momenten en de legionellabeveiliging van de boiler zit er een elektrisch element in. Dat verwarmt met rendement 1: één kilowattuur stroom geeft één kilowattuur warmte. Draait hij vaak mee, dan zie je dat direct op je rekening. Wij stellen hem zo laag in als verantwoord is en controleren bij het eerste onderhoud of hij niet ongemerkt bijspringt.

Doorstroming is de stille faalfactor

Een warmtepomp die zijn warmte niet kwijt kan, gaat pendelen: kort aan, kort uit, en dat gaat ten koste van rendement en levensduur. Bij zoneregeling, veel dichtgedraaide thermostaatkranen of korte circuits hoort er een buffervat bij. Dat blijkt uit de berekening.

Rendement staat of valt bij de aanvoertemperatuur

Elke graad die de aanvoer lager kan, is rendement dat je daadwerkelijk krijgt. Op 35 °C haalt een moderne warmtepomp makkelijk een SCOP van 4,5 tot 5; dezelfde pomp op 55 °C zakt naar 3 of lager. Daarom nemen wij waterzijdig inregelen mee in het werk in plaats van de stooklijn op te schroeven tot ook de laatste kamer warm wordt.

Zonnepanelen en dynamisch tarief

Bij all-electric is je stroomverbruik zo groot dat het echt geld scheelt als de warmtepomp de boiler opwarmt op de goedkope uren of met je eigen zonnestroom. Wij stellen dat bij de oplevering in.

Onderhoud

Filter en verdamper reinigen, waterdruk en debieten controleren, lamellen en ventilator nakijken, de leidingisolatie buiten controleren en de boiler nalopen op legionellaprogramma en anode. Zie onderhoud.

Subsidie

Voor een all-electric warmtepomp is de ISDE-bijdrage hoger dan voor een hybride. Voorwaarde is dat het toestel met zijn meldcode op de apparatenlijst van RVO staat en dat je eigenaar-bewoner bent. Wij zetten de meldcode op de factuur; aanvragen moet binnen zes maanden na installatie.

Veelgestelde vragen

Welke uitvoeringen zijn er?

De S2125 is er in 8 en 12 kW op enkelfase en 16 en 20 kW op driefase, alle op propaan (R290). Daarbij kies je een binnenunit met geïntegreerd boilervat of een regelunit met een los vat.

Binnenunit of regelunit: wat moet ik hebben?

Een binnenunit met geïntegreerd boilervat is de complete oplossing en staat netjes, maar vraagt sta-oppervlak. Een regelunit met een los vat geeft vrijheid in de opstelling en is de route bij een krappe ruimte of als er al een geschikt boilervat staat. Voor het rendement maakt het niets uit.

Werkt de S2125 met mijn bestaande radiatoren?

Dat kan: hij levert een aanvoertemperatuur tot 75 °C. Wel geldt dat hoe hoger die temperatuur, hoe lager het rendement. Wij kijken per kamer welke radiator bij ongeveer 45 °C nog genoeg warmte geeft en vervangen alleen wat nodig is.

Wat is cascade en heb ik dat nodig?

Cascade betekent meerdere buitenunits die als één systeem samenwerken. Bij een gewone woning niet nodig; bij een boerderij, landhuis of klein bedrijfspand vaak wel de nettere oplossing, omdat het systeem dan ook bij lage warmtevraag laag kan moduleren en er bij onderhoud aan één unit warmte blijft.

Moet mijn meterkast aangepast worden?

Bij de 8 en 12 kW blijf je op enkelfase, maar er komt wel een aparte groep bij. Bij de 16 en 20 kW moeten er drie fasen beschikbaar zijn; is dat niet zo, dan is dat een aanvraag bij de netbeheerder met wachttijd en kosten. Dat controleren wij als eerste.

Heb ik een F-gassencertificaat-installateur nodig?

Voor het plaatsen niet: het koelcircuit zit hermetisch gesloten en voorgevuld in de buitenunit. Voor werk aan het koelcircuit zelf wel, en bij propaan hoort daar bevoegdheid voor brandbare koudemiddelen (A3) bij. Wij hebben dat in huis.

Wat als de veiligheidszone bij mij niet past?

Dan valt de S2125 af, want die werkt uitsluitend op propaan. We kijken dan naar een R32-toestel van Daikin, Remeha of Samsung.